Een nieuwe kalklaag aanbrengen in de Goirlese molen De Visscher; de vrijwilligers doen het met plezier, maar het aantal uren dat er in gaat zitten, loopt in de honderden. foto John Schouten/PVE
GOIRLE - Zeven kubieke meter aan kalk en steen, plusminus 350 uur aan vrijwilligerswerk.
Dat is, ruw samengevat, de schoonmaakactie 'Molenpaard' die halverwege 2007
in gang werd gezet bij de Goirlese molen De Visscher. De tien vrijwilligers
van stichting Akkermolens brachten menig uur aan handmatig werk door in de
molen, om die in zijn 'oude glorie' te herstellen.
"Tel er nog maar 350 uur bij op aan werk dat er in het verschiet ligt", lacht
Piet Derix, vrijwilliger en één van de 'rondleiders' bij De Visscher. "We zijn
nu bezig met het aanbrengen van kalklagen op de drie verdiepingen van de
molen. Een tijdrovende klus."
Maar uit de verhalen van Derix en Carel van Herpt, voorzitter van de
stichting, blijkt dat bijna elke klus in de molens De Visscher en De Wilde
eigenlijk 'tijdrovend' is. "In De Visscher zijn de rondleidingen", zegt Van
Herp. "In De Wilde wordt nog het meel gemalen voor drie bakkerijen hier in de
omgeving. En dat moet dan conform de eisen van de Voedsel en Waren Autoriteit.
Dus met een heel nauwkeurige blik op de hygiëne. Dan wordt het miniemste
groefje nog met een spijker schoongemaakt."
Maar, stelt Van Herpt, het 'malen en draaien van de molens' wordt bij de
vrijwilligers als 'leuk' ervaren. "Anders zouden we er niet zoveel tijd in
steken", zegt hij. "Minder leuk is het als er, zoals nu, drie weken geen goede
wind staat. Dan verwachten de bakkers toch het meel. En moeten we die in Made
halen. Want daar wordt het meel elektronisch gemaald. Dan ben je toch een dag
kwijt, terwijl je niet met de molen bezig bent. Terwijl je het daar toch
uiteindelijk allemaal voor doet."
De uren die wél in molen worden doorgebracht, dáár gaat het bij de tien
vrijwilligers van de stichting om. De één is techneut, een ander geeft
rondleidingen, weer een ander richt zich voornamelijk op het malen. "Zo heeft
iedereen een andere interesse", zegt Derix. "Maar de 'liefde' voor de molen
staat altijd centraal."
En de molen moeten draaien, stellen de twee. "Anders is dat het begin van het
einde", zegt Van Herpt. "Kijk naar ZuidOost-Brabant. Of naar Roosendaal, waar
twee molens worden bediend door één molenaar. Hier draaien de wieken vele
zaterdagen en soms ook nog op zondag en door de week. Zo raken ze niet in de
vergetelheid."
Over het harde werk klagen ze niet, ook niet over de financiële bijdrage
vanuit de gemeente voor het onderhoud van de monumenten. Maar al jaren wordt
er 'tevergeefs' over de bomen rond de molens gepraat. "Die zijn te hoog,
houden teveel wind uit de wieken", zegt Van Herpt. "Wil je zulke mooie
monumenten intact houden, dan moet daar iets aan gedaan worden. Zonder wind
geen molens."
